Image 1 / 2

    Het paneeltje stelt een putter of distelvink voor, zittend op een halfronde stang voor zijn voederbakje, waaraan hij met een kettinkje zit vastgeketend. Van de witte muur is rechts van hem een stukje pleisterwerk afgesprongen.

    Een paar jaar eerder had Jan Weenix een schilderij gemaakt dat er op het eerste gezicht veel op lijkt, in dit geval met een dode patrijs, die is opgehangen aan een spijker, eveneens tegen een witgepleisterde muur. Hij was hiermee een pionier van een genre dat snel populair werd: het jachtstilleven in trompe-l'oeil. Fabritius ging nog een stap verder: hij besloot een levensechte levende vogel te schilderen en maakte zo een uniek schilderij in de Hollandse kunst van de Gouden Eeuw.

    Sommige kunsthistorici zien de nauwkeurige natuurobservaties van insecten, kikkers en muizen door Jacob de Gheyn als voorlopers van het paneeltje van Fabritius. Net als het puttertje werpen de diertjes een diffuse schaduw op een roomkleurige achtergrond. Het verschil is dat Fabritius met een paar simpele toevoegingen een realistische scène heeft opgeroepen, terwijl Jacob de Gheyn de dieren isoleerde van hun omgeving. De werken van Weenix en Fabritius zijn ook vergeleken met enkele schilderijen van Jacopo de' Barbari, een Italiaanse kunstenaar van rond 1500 die aan het eind van zijn leven in de Zuidelijke Nederlanden actief was, maar er is geen aanwijzing dat ze zijn werk hebben gekend.

    Er is al veel gespeculeerd over de precieze bedoeling van de kunstenaar. De meeste kunsthistorici zijn het er over eens dat het schilderij inderdaad in de traditie van de trompe-l'oeil valt, maar hoe het precies gefunctioneerd heeft en in welke context het opgesteld is geweest, blijft, ook na een uitputtende technische analyse, nog altijd een raadsel.

Het paneeltje stelt een putter of distelvink voor, zittend op een halfronde stang voor zijn voederbakje, waaraan hij met een kettinkje zit vastgeketend. Van de witte muur is rechts van hem een stukje pleisterwerk afgesprongen.

Een paar jaar eerder had Jan Weenix een schilderij gemaakt dat er op het eerste gezicht veel op lijkt, in dit geval met een dode patrijs, die is opgehangen aan een spijker, eveneens tegen een witgepleisterde muur. Hij was hiermee een pionier van een genre dat snel populair werd: het jachtstilleven in trompe-l'oeil. Fabritius ging nog een stap verder: hij besloot een levensechte levende vogel te schilderen en maakte zo een uniek schilderij in de Hollandse kunst van de Gouden Eeuw.

Sommige kunsthistorici zien de nauwkeurige natuurobservaties van insecten, kikkers en muizen door Jacob de Gheyn als voorlopers van het paneeltje van Fabritius. Net als het puttertje werpen de diertjes een diffuse schaduw op een roomkleurige achtergrond. Het verschil is dat Fabritius met een paar simpele toevoegingen een realistische scène heeft opgeroepen, terwijl Jacob de Gheyn de dieren isoleerde van hun omgeving. De werken van Weenix en Fabritius zijn ook vergeleken met enkele schilderijen van Jacopo de' Barbari, een Italiaanse kunstenaar van rond 1500 die aan het eind van zijn leven in de Zuidelijke Nederlanden actief was, maar er is geen aanwijzing dat ze zijn werk hebben gekend.

Er is al veel gespeculeerd over de precieze bedoeling van de kunstenaar. De meeste kunsthistorici zijn het er over eens dat het schilderij inderdaad in de traditie van de trompe-l'oeil valt, maar hoe het precies gefunctioneerd heeft en in welke context het opgesteld is geweest, blijft, ook na een uitputtende technische analyse, nog altijd een raadsel.

Puttertje bord met Delfts blauw

Het puttertje op een Delft blauw bord! Klaar om aan uw muur te hangen, cadeau te geven of iets lekkers op te serveren. Het Puttertje uit het Mauritshuis, bij u thuis. 20 cm
Puttertje bord met Delfts blauw
Puttertje bord met Delfts blauw €19,95
Snelle wereldwijde levering
Veilig betalen
14 dagen bedenktijd

    Het paneeltje stelt een putter of distelvink voor, zittend op een halfronde stang voor zijn voederbakje, waaraan hij met een kettinkje zit vastgeketend. Van de witte muur is rechts van hem een stukje pleisterwerk afgesprongen.

    Een paar jaar eerder had Jan Weenix een schilderij gemaakt dat er op het eerste gezicht veel op lijkt, in dit geval met een dode patrijs, die is opgehangen aan een spijker, eveneens tegen een witgepleisterde muur. Hij was hiermee een pionier van een genre dat snel populair werd: het jachtstilleven in trompe-l'oeil. Fabritius ging nog een stap verder: hij besloot een levensechte levende vogel te schilderen en maakte zo een uniek schilderij in de Hollandse kunst van de Gouden Eeuw.

    Sommige kunsthistorici zien de nauwkeurige natuurobservaties van insecten, kikkers en muizen door Jacob de Gheyn als voorlopers van het paneeltje van Fabritius. Net als het puttertje werpen de diertjes een diffuse schaduw op een roomkleurige achtergrond. Het verschil is dat Fabritius met een paar simpele toevoegingen een realistische scène heeft opgeroepen, terwijl Jacob de Gheyn de dieren isoleerde van hun omgeving. De werken van Weenix en Fabritius zijn ook vergeleken met enkele schilderijen van Jacopo de' Barbari, een Italiaanse kunstenaar van rond 1500 die aan het eind van zijn leven in de Zuidelijke Nederlanden actief was, maar er is geen aanwijzing dat ze zijn werk hebben gekend.

    Er is al veel gespeculeerd over de precieze bedoeling van de kunstenaar. De meeste kunsthistorici zijn het er over eens dat het schilderij inderdaad in de traditie van de trompe-l'oeil valt, maar hoe het precies gefunctioneerd heeft en in welke context het opgesteld is geweest, blijft, ook na een uitputtende technische analyse, nog altijd een raadsel.

Het paneeltje stelt een putter of distelvink voor, zittend op een halfronde stang voor zijn voederbakje, waaraan hij met een kettinkje zit vastgeketend. Van de witte muur is rechts van hem een stukje pleisterwerk afgesprongen.

Een paar jaar eerder had Jan Weenix een schilderij gemaakt dat er op het eerste gezicht veel op lijkt, in dit geval met een dode patrijs, die is opgehangen aan een spijker, eveneens tegen een witgepleisterde muur. Hij was hiermee een pionier van een genre dat snel populair werd: het jachtstilleven in trompe-l'oeil. Fabritius ging nog een stap verder: hij besloot een levensechte levende vogel te schilderen en maakte zo een uniek schilderij in de Hollandse kunst van de Gouden Eeuw.

Sommige kunsthistorici zien de nauwkeurige natuurobservaties van insecten, kikkers en muizen door Jacob de Gheyn als voorlopers van het paneeltje van Fabritius. Net als het puttertje werpen de diertjes een diffuse schaduw op een roomkleurige achtergrond. Het verschil is dat Fabritius met een paar simpele toevoegingen een realistische scène heeft opgeroepen, terwijl Jacob de Gheyn de dieren isoleerde van hun omgeving. De werken van Weenix en Fabritius zijn ook vergeleken met enkele schilderijen van Jacopo de' Barbari, een Italiaanse kunstenaar van rond 1500 die aan het eind van zijn leven in de Zuidelijke Nederlanden actief was, maar er is geen aanwijzing dat ze zijn werk hebben gekend.

Er is al veel gespeculeerd over de precieze bedoeling van de kunstenaar. De meeste kunsthistorici zijn het er over eens dat het schilderij inderdaad in de traditie van de trompe-l'oeil valt, maar hoe het precies gefunctioneerd heeft en in welke context het opgesteld is geweest, blijft, ook na een uitputtende technische analyse, nog altijd een raadsel.

Wij slaan cookies op om onze website te verbeteren. Is dat akkoord? Ja Nee Meer over cookies »